Vermijd extra erfbelasting én meerwaardebelasting met deze oplossing:
Wanneer een partner overlijdt, staat de langstlevende voor een dubbele uitdaging: emotioneel verwerken en tegelijk financiële stabiliteit bewaren. Voor veel koppels betekent dit concreet: de controle behouden over wat samen werd opgebouwd, zonder kinderen in mede-eigendom te betrekken.
De vraag is niet alleen hoe die controle juridisch wordt verzekerd, maar ook tegen welke fiscale prijs.
Het keuzebeding: maximale controle, maar niet zonder gevolgen
De klassieke oplossing is het keuzebeding of, in zijn meest verregaande vorm, de langst-leeft-al-heeft-clausule in het huwelijkscontract. Deze bepaling in het huwelijkscontract zorgt ervoor dat de langstlevende echtgeno(o)t(e) bij het eerste overlijden het volledige gemeenschappelijke vermogen in volle eigendom verkrijgt.
Juridisch biedt dit maximale autonomie en bescherming. Fiscaal kan het echter zwaar doorwegen.
Een concreet voorbeeld
Een echtpaar van 60 jaar oud met één kind en een roerend vermogen van 500.000 euro betaalt bij toepassing van de wettelijke devolutie in totaal 31.399,50 euro erfbelasting na twee overlijdens.
Wordt daarentegen gekozen voor een langst-leeft-al-heeft-clausule, dan stijgt de totale erfbelasting tot 98.497,50 euro.
De prijs van volledig controlebehoud bedraagt in dit voorbeeld dus meer dan het dubbele.
Daarbij komt dat de langstlevende partner op een emotioneel moeilijk moment moet inschatten hoeveel controle of bescherming nog nodig zal zijn voor de rest van het leven. In de praktijk blijkt achteraf vaak dat de maximale overdracht van eigendom niet noodzakelijk was, maar vooral gemoedsrust moest bieden.
Een alternatief: controle behouden zonder onmiddellijke fiscale druk
Een zorgvuldig gestructureerde verzekeringsbelegging kan hier een evenwicht creëren tussen controle en fiscale efficiëntie.
Wanneer beide echtgenoten samen verzekeringsnemer zijn van een polis op hun beider hoofden, met het kind als begunstigde en uitkering pas bij overlijden van de langstlevende, blijft het vermogen bij het eerste overlijden integraal binnen de polis.
Er is op het moment dat er zich een eerste overlijden voordoet geen erfbelasting verschuldigd omdat er geen uitkering plaatsvindt. Erfbelasting wordt pas verschuldigd bij de effectieve uitkering, in dit geval bij het tweede overlijden. De belasting wordt dan (pas) verdeeld over de nalatenschappen van beide ouders.
Hierdoor wordt de onmiddellijke fiscale druk bij het eerste overlijden vermeden en blijft het vermogen langer intact.
In deze situatie zou de totale erfbelasting na 2 overlijdens 39.000 euro bedragen en pas integraal verschuldigd zijn na het tweede overlijden.
Flexibiliteit voor de langstlevende partner
Indien gewenst en indien nodig kan de langstlevende partner nog steeds (gedeeltelijke) afkopen doen van de levensverzekering, of de beleggingsstrategie binnen de levensverzekering aanpassen.
Op het moment dat de langstlevende een afkoop zou doen, zal er evenwel erfbelasting verschuldigd zijn over de helft van het bedrag van de afkoop.
Ook interessant in het kader van de meerwaardebelasting
Deze structuur biedt eveneens voordelen op het vlak van meerwaardebelasting. Enerzijds zullen interne fondswijzigingen/arbitrages binnen het contract niet leiden tot een heffing, wat een belangrijk verschil vormt met klassieke bancaire beleggingen. Ook zal bij een uitkering aan de begunstigden naar aanleiding van het overlijden van de verzekerde(n) geen meerwaardebelasting van toepassing zijn.
Een geïntegreerde vermogensstrategie
Voor koppels die controle willen behouden zonder onnodig vermogen prijs te geven aan belastingen, kan een TAK23-verzekeringsbelegging dan ook een doordacht alternatief vormen voor het keuzebeding of de klassieke langst-leeft-al-heeft-clausule.
Niet als standaardoplossing, maar als onderdeel van een geïntegreerde vermogensstrategie die rekening houdt met uw huwelijksstelsel, familiale situatie en langetermijndoelstellingen.