Een geüpdatet pareltje van successieplanning: het verblijvingsbeding met betrekking tot onverdeelde goederen

De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) heeft zich in een recent gepubliceerde beslissing (VB 19053 dd. 21.10.2019) uitgesproken over een verblijvingsbeding met betrekking tot onverdeelde goederen. Een pareltje van successieplanning biedt zich aan.

Verblijvingsbeding? Een woordje uitleg

Een klassiek verblijvingsbeding is een vaak voorkomende clausule in een huwelijkscontract van echtgenoten die gehuwd zijn met een wettelijk stelsel, waarbij wordt overeengekomen dat de huwgemeenschap in volle eigendom zal toekomen aan de langstlevende partner. De bedoeling van een dergelijke clausule is om het erfrecht van de kinderen uit te stellen, die normaliter bij het overlijden van één der ouders reeds de blote eigendom van de nalatenschap erven. Deze clausule heeft dus als gevolg dat men de langstlevende partner maximaal kan beschermen. Het beding is fiscaalrechtelijk minder fraai voor de langstlevende partner, want er zijn erfbelastingen verschuldigd op alles wat men verkrijgt bovenop de helft van het gemeenschappelijk vermogen (art. 2.7.1.0.4 VCF).

In een zuiver stelsel van scheiding van goederen beschikt elke echtgenoot over een eigen vermogen. Een gemeenschappelijk vermogen ontbreekt. De goederen die men samen verwerft, worden door de echtgenoten aangehouden in een onverdeeldheid. Om elkaar maximaal te beschermen, kunnen echtgenoten allerlei regelingen treffen. Zij kunnen sinds de hervorming van het huwelijksvermogensrecht door de Wet van 22 juli 2018 alle bedingen opnemen die in een gemeenschapsstelsel kunnen opgenomen worden waaronder dus ook een verblijvingsbeding. Dit beding laat toe om onverdeelde goederen bij het overlijden van één der echtgenoten van rechtswege, onmiddellijk, in volle en exclusieve eigendom aan de langstlevende toe te bedelen. Echter zal de uitwerking van het verblijvingsbeding met betrekking tot onverdeelde roerende goederen wél belastingvrij geschieden (in tegenstelling tot bij het wettelijk stelsel). Dit komt omdat tot op heden de tekst van artikel 2.7.1.0.4 VCF geen onverdeeldheid viseert, maar wel een gemeenschappelijk vermogen – dat ontbreekt bij een stelsel van scheiding van goederen. Heeft het beding echter betrekking op een onroerend goed dat beide echtgenoten samen in onverdeeldheid hebben aangekocht, dan is de langstlevende een verdeelrecht van 2,5% verschuldigd. Gaat het daarentegen om een onroerend goed dat tijdens het huwelijk middels een wijziging van het huwelijkscontract in onverdeeldheid werd gebracht, dan is de andere echtgenoot 10% verkooprechten verschuldigd wanneer hij de andere helft van het onroerend goed verkrijgt op grond van het verblijvingsbeding. Is de inbrengende echtgenoot de langstlevende, dan zal het verdeelrecht (2,5%) verschuldigd zijn.

Een goed alternatief voor aanwascontracten

De bescherming van de langstlevende echtgenoot kan ook nog steeds gebeuren via een beding van aanwas. Echter is een aanwas onderworpen aan strenge voorwaarden en dient bij de redactie ervan te worden gelet op een gelijkheid van kansen van beide partijen. Daarvan kan slechts sprake zijn als de inleg van de partijen gelijkaardig is en als de levenskansen van beide partijen gelijkwaardig zijn. Een ongelijkheid op vlak van leeftijd compenseren met een opleg in geld (ongelijke inbreng) wordt door VLABEL niet meer aanvaard (standpunt van 8 januari 2018). Indien de voorwaarden van de aanwas niet vervuld zijn – zullen de goederen die via het beding werden bedeeld – alsnog onderworpen worden aan schenk- of erfbelastingen.

Een verblijvingsbeding m.b.t. onverdeelde goederen dient niet te voldoen aan voornoemde voorwaarden. Voor partners met een ongelijke leeftijd, levensverwachting of wiens vermogen niet gelijkwaardig is, kan een verblijvingsbeding een uitkomst bieden op fiscaal vlak.

Samenwonenden zullen echter nog gebruik moeten maken van o.a. deze techniek, aangezien het verblijvingsbeding m.b.t. onverdeelde goederen exclusief aan gehuwden is voorbehouden.

Conclusie:

Het verblijvingsbeding met betrekking tot onverdeelde goederen is een zeer interessante techniek om de langstlevende der echtgenoten, gehuwd met een stelsel van scheiding van goederen, optimaal te beschermen zonder dat dit gepaard gaat met de heffing van erfbelastingen. Deze fiscaalvriendelijke techniek kan echter niet (belastingvrij) toegepast worden tussen ongehuwde partners, noch voor zij die gehuwd zijn met een wettelijk stelsel.

Een (her)evaluatie van uw bestaande planning kan dus aan de orde zijn. Contacteer ons gerust.

2020-03-10T12:15:54+01:00 06.03.20|